Passend onderwijs

Passend onderwijs

Vmbo met leerwegondersteunend onderwijs (lwoo) 
Kinderen in het basisonderwijs, die een achterstand hebben opgelopen, hebben op het voortgezet onderwijs extra ondersteuning nodig. Ze zijn dyslectisch, hebben ADHD of discalculie en soms sociaal-emotionele of andere problemen. Daarbij moeten de meeste van deze pupillen heel erg wennen aan de overgang van de basisschool naar het voortgezet onderwijs. Deze leerlingen kunnen vmbo met leerwegondersteunend onderwijs (lwoo) volgen.Een vmbo met lwoo-brugklas heeft het niveau van een vmbo-basisberoepsgerichte of kaderberoepsgerichte brugklas. De leerlingen stromen aan het einde van het tweede leerjaar door naar de gewone basisberoepsgerichte of kaderberoepsgerichte derde klassen, waar ze het normale lesprogramma volgen. Dat betekent dat ze, na het examen, net als hun klasgenoten, doorstromen naar met mbo waar ze, afhankelijk van het gekozen profiel, kunnen kiezen welk praktijkvak ze willen volgen. 

Leerlingenzorg 
Op De Rede zitten de leerlingen met een lwoo-aanwijzing in een apart gedeelte van de school. Dat is niet voor niks. Deze leerlingen hebben, nog meer dan anderen, rust en regelmaat nodig. 

Om de docent voldoende mogelijkheden te geven om de kinderen zo goed mogelijk te begeleiden, is de grootte van de klassen afgestemd op de behoeften van de leerlingen en het leertempo aangepast. De leerlingen worden in groepen geplaatst van ongeveer hetzelfde niveau en krijgen de meeste lessen van hun mentor.   De overige lessen worden gegeven door een klein aantal, vaste leerkrachten. Als het  nodig is, kunnen de leerlingen speciale begeleiding krijgen op leergebied of op het gebied van persoonlijke/sociaal-emotionele ontwikkeling. Er is in het docententeam van de lwoo-afdeling altijd uitgebreid overleg over de leerlingen. De rol van de mentor is daarin heel groot. Herkenbaarheid, goed contact, korte lijnen en duidelijkheid zijn heel belangrijk bij de begeleiding van de lwoo-leerlingen. 

Zorgplicht
Passend onderwijs legt de zorgplicht bij de scholen. Zij zijn er verantwoordelijk voor om alle leerlingen een goede onderwijsplek te bieden. Dat gaat als volgt: ouders melden hun kind schriftelijk aan bij de school van hun keuze. Verwachten ze dat hun kind extra ondersteuning nodig heeft, dan geven ze dit meteen aan. De scholen stellen vast welke leerlingen in aanmerking komen voor extra ondersteuning in het (voortgezet) speciaal onderwijs en bepalen wat zij kunnen doen om leerlingen een passende plek te bieden. Ook als ouders hun kind bij meerdere scholen hebben aangemeld, moeten ze dit bij de aanmelding aangeven. In dat geval krijgt de school van eerste voorkeur de zorgplicht. Ouders hoeven dus niet meer zelf langs verschillende scholen om een plek voor hun kind te vinden.

Geen thuiszitters
Alle kinderen verdienen een plek in het onderwijs. De afgelopen jaren is gewerkt aan het terugdringen van de thuiszittersproblematiek, maar er zitten nog steeds kinderen onnodig thuis. Daarom is een belangrijk doel van passend onderwijs om een zo goed mogelijk onderwijsprogramma te bieden voor alle leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben.